Een opdeling van het beeld in een raster van puntjes van variabele afmetingen en frequentie dat het mogelijk maakt variaties in grijs- en kleurschakeringen te simuleren met een beperkt aantal inkten. De rasterlijn of frequentie (gemeten in lijnen per centimeter of lijnen per inch) varieert naar gelang van de prestaties van het papier tijdens het drukken: voor het drukken van kranten wordt bijvoorbeeld een raster met een lage frequentie gebruikt, van niet meer dan 35 lijnen per centimeter of 85 lijnen per inch.