Papier dat wordt gekenmerkt door oppervlaktepatronen of reliëfmarkeringen, die tot stand komen door de drager tussen een stalen cilinder, met het gegraveerde merkteken en een cilinder van zacht materiaal te laten passeren. De patronen kunnen aanzienlijk variëren en hun oppervlak kan soms zelfs lijken op dat van andere materialen (doek, hout, enz.). Het gaufreren wordt droog uitgevoerd met een gaufreermachine na afloop van het papierproductieproces. De oppervlaktetexturen kunnen aan één zijde (enkel gegaufreerd papier) of aan beide zijden aanwezig zijn.